Home - Methode - Disclaimer - Contact - Forum






 

Ga naar 2. Een uitgebreid deel over Begeleidingstechnieken

Keuze oefenlaag

Toen de Codekraker eind 2000 gepubliceerd werd hadden we een paar jaar ervaring met een experimentele versie. Het totaal aantal behandelde kinderen met een ernstige leesachterstand was toen nog vrij klein en dit maakte het moeilijk om voor de verschillende oefenlagen een goede schatting te maken van de moeilijkheidsgraad. We moesten ons toen vooral baseren op een steekproef bij normaal lezende kinderen.

Nu onze ervaring met de Codekraker veel ruimer is, merken we dat de beslissingsboom (pag. 29 - 30 in de handleiding) niet goed klopt met de praktijk bij kinderen met een ernstige leesprobleem. De hoogste oefenlagen vergen een hogere leesvaardigheid dan in de handleiding wordt vermeld. Kinderen met een normale leesontwikkeling kunnen deze oefenlagen veel beter aan dan bijvoorbeeld oudere dyslectische kinderen met een gelijk leesniveau.

De nieuwe tabel is ontstaan door bij gemiddeld 20 kinderen per oefenlaag te bekijken bij welke leesvaardigheid (uitgedrukt in DLE) een oefenlaag op een niet frustrerende wijze kon ingezet worden.

We hebben niet alleen de cijfers van de tabel herzien, maar ook de lay-out. De nieuwe opmaak biedt een overzichtelijker beeld van hoe de verschillende oefenlagen elkaar opeenvolgen en overlappen.

Voor een bepaling van het instapniveau blijven we uitgaan van de ruwe score op de Eén-Minuut-Test (zie eerste kolom in de tabel). De tweede kolom bevat een DLE-omzetting (schaal van 1972) zodat eventueel vanuit een andere toets die beschikt over een DLE-schaal een oefenlaag kan gekozen worden. Maar hier past wel een waarschuwing bij. De DLE-omzetting vanuit een andere toets is minder betrouwbaar. Leerlingen behalen soms zeer verschillende leesniveaus al naargelang de gehanteerde toets. We pleiten in ieder geval voor het gebruik van een (uiteraard onder tijdsdruk afgenomen) woordentoets met een grote afwisseling van woordstructuren in de opeenvolgende woorden. Binnen de context van het kiezen van een oefenlaag raden we bijvoorbeeld af de Drie Minuten Toets (CITO) of de AVI-toetskaarten te gebruiken. De eerste toets ontbeert de nodige afwisseling in woordstructuren en de tweede toets is geen woordentoets.

Naast elkaar staan in de tabel de oefenlagen van Laag 0 tot Laag 7. De mediaan is aangegeven ( Me ). De balken geven aan bij welke verschillende leesniveaus een oefenlaag zoal inzetbaar bleek. Extreme waarden - de 10 % hoogste en 10 % laagste leesniveaus - werden hierbij weggelaten.

Eenmaal een oefenlaag gekozen is moet er nagegaan worden of het oefenen onder tijdsdruk niet frustrerend is. Dit is individueel zeer verschillend maar een absoluut minimum lijkt ons toch 80% juist gelezen en een GWM-score van minstens 25. Als deze normen niet behaald worden moet een lagere oefenlaag gekozen worden of mag er niet onder tijdsdruk geoefend worden. Kies eerder voor een oefenlaag die comfortabel gelezen wordt. Te moeilijke oefenlagen kosten teveel tijd (het lezen zelf en ook de begeleiding).

Bekijk hier de tabel

Overgang naar een hogere oefenlaag

We formuleren enkele vuistregels maar een begeleider zal dit steeds in functie van het kind moeten beslissen. Kijk na of de leesvaardigheid op de huidige oefenlaag voldoende hoog is. Kijk na met de EMT of het leesniveau overeenstemt met de nieuwe oefenlaag.

Starten met Laag 0 zonder tijdsdruk

Kinderen met een minimaal leesniveau (een DLE van 1 tot 4 maand) kunnen geoefend worden met Laag 0 zonder tijdsdruk. Het is geen bezwaar als de leesstijl op een leestoets zwaar spellend is. Het vormt ook geen probleem als deze kinderen op een onder tijdsdruk afgenomen grafeemtoets (bijvoorbeeld de Sleutel) een derde tot zelfs bijna de helft van de grafemen fout benoemt. Wel zal de oefenwijze er heel anders uit zien. Er moet een woord per woord aanpak gehanteerd worden: er wordt niet onder tijdsdruk geoefend en de begeleider geeft feedback bij elk woord over de leeskwaliteit.

De overgang van Laag 0 zonder tijdsdruk naar Laag 0 met tijdsdruk

Het is zinvol de leestijd te beginnen registreren als de leeskwaliteit vrij goed is (minstens 80 % correct) en de letterbenoeming gemiddeld niet meer dan 2 seconden per grafeem duurt. De tijdsregistratie gebeurt dan nog niet openlijk (we bedienen de chrono maar zeggen er niets over). Op dit ogenblik zal de GWM-score in de buurt van 10 zitten en zal de leesstijl nog overheersend spellend zijn. Bij elk woord wordt feedback gegeven, deels om te ondersteunen en deels om wat aan te sporen tot sneller verklanken ('goed', 'prima', 'ja', 'doe voort'…)
Wanneer de GWM-score in de buurt van 20 komt kan meer openlijk feedback gegeven worden over het leestempo.

De overgang van Laag 0 naar Laag 1

Vanaf een GWM-score van ongeveer 40 op Laag 0.

De overgang van Laag 1 en 2 naar de bovenliggende Laag

Bij een GWM-score tussen 50 en 60

De overgang van Laag 3 en 4 naar de bovenliggende Laag

Bij een GWM-score tussen 50 en 60 voor woordenreeksen.
Op pseudowoordenreeksen worden steeds lagere GWM-scores behaald. Bij het beslissen om naar een hogere laag over te gaan moet hiermee geen rekening gehouden worden. Houd wel rekening met de fouten- en de GWM-scores voor pseudowoorden op de nieuwe oefenlaag om te beslissen of deze pseudowoordenreeksen onder tijdsdruk zullen gelezen worden.

De overgang van Laag 4 en 5 naar Laag 6

Voor Laag 6 wordt enkel gekozen indien er duidelijke problemen zijn i.v.m. sequentiëren (kast / stak, braad / baard,…). Laag 6 is voor de gemiddelde leerling niet moeilijker dan Laag 5 en de overgang kan dus vlot gemaakt worden.

De overgang van Laag 5 en 6 naar Laag 7

De overgang naar Laag 7 wordt bij sommige leerlingen als 'vrij groot' ervaren. Daar zijn enkele redenen voor:
- Vanaf nu wordt met tweelettergrepige woorden geoefend. Leerlingen die erin slagen het gehele woord te zien zullen weinig zakken qua leestempo. Andere leerlingen blijven (voorlopig) nog sterk bezig met het herkennen van lettergrepen en we zien dan zelfs dat de leessnelheid halveert.
- Er is een grotere afwisseling in woordstructuren (enkel in Laag 6 is er ook een afwisseling van woordstructuren - MKMM en MMKM)

Deze overgang kan comfortabeler gemaakt worden door op de vorige oefenlaag wat langer door te oefenen (een GWM-score tussen 60 en 70).

Wanneer stoppen met Laag 7?

Dooroefenen blijft zinvol zolang er rendement is te zien bij leestoetsen. We hebben bij enkele oudere kinderen doorgeoefend tot GWM-scores tussen 60 en 70. Deze kinderen verwierven hierdoor een leesniveau hoger dan 30 maand (het huidige record staat op een DLE van 37 maand).