Methode
De Codekraker is een vernieuwend en bijzonder efficiënt
behandelingsprogramma voor kinderen met (ernstige) problemen
op het gebied van technisch lezen
Doelgroep:
-
kinderen met (ernstige) leerproblemen op het gebied van
technisch lezen
- leerlingen in het gewoon en buitengewoon (speciaal)
onderwijs, met een leesniveau
van 1 tot 30 maanden.
Sleutelpersonen:
-
logopedisten
- orthopedagogen
- leerkrachten
- taakleerkrachten
- andere deskundigen.
UITGAVEVORM
De
Codekraker
is een zeer verzorgd uitgegeven losbladig pakket dat
de volgende onderdelen bevat:
- een handleiding
met wetenschappelijke onderbouw en achtergrond
- een uitgebreide toelichting
bij de doelstellingen en begeleiding
- een literatuurlijst
- 320 leeskaarten
(stevig papier) met woordmateriaal: klankzuiver gespelde
woorden
die worden onderverdeeld in 8 lagen
- scorebladen
- frequentietabellen
die toelaten woordenreeksen op te zoeken waarin bepaalde
grafemen al dan niet in voorkomen
- grafieken
om de oefenprestaties op te volgen (kwaliteit en tempo).
Basisprincipes
en voordelen
- het automatiseren
van sublexicaal decoderen: dit is de vaardigheid om
woorden te
herkennen door eenheden kleiner dan het woord
zelf (lettergroepen en letters) te
ontsleutelen. Een geautomatiseerde vaardigheid
in sublexicaal decoderen is het
kenmerk van de goede lezer.
Voordeel:
als dit zeer nauwkeurig en snel verloopt, blijft de maximale
aandacht over
voor de essentie van lezen: het begrijpend
lezen. Traag en onnauwkeurig sublexicaal
decoderen is het kernprobleem van kinderen
met een leesstoornis.
-
het gebruik van losse
woorden en pseudowoorden
Voordeel:
het werken met zinnen of teksten geeft een kind met een
leesstoornis
teveel kansen om zijn echte probleem te ontlopen.
Deze methode stimuleert zuiver en
efficiënt het echte technisch lezen.
-
8 nauw aansluitende oefenlagen:
er kan altijd een niveau worden gekozen dat zo dicht
mogelijk aansluit bij de leesontwikkeling
van het kind.
Voordeel:
de keuze van de juiste oefenlaag geeft aan het betreffende
kind een
aangepaste uitdaging bij het lezen van losse
woorden. Hierdoor wordt frustratie
vermeden. In de handleiding wordt nauwkeurig
beschreven hoe men de juiste keuze
van oefenlaag maakt.
-
een gevisualiseerde feedback
op grafieken: bij elke oefenbeurt kunnen de
leeskwaliteit en het leestempo worden uitgezet
op een grafiek. De grafiek laat toe om
doelstellingen steeds te formuleren vanuit
een regressieanalyse van de vorige
prestaties.
Voordeel:
een prestatiestimulerend effect. De positieve trend zal
zich duidelijk
aftekenen na een aantal oefenbeurten: minder
fouten en/of een hoger leestempo. De
interne motivatie bij het kind zal stijgen
en zal leiden tot meer leesplezier.
-
een speciale rangschikking
van de woorden voor kinderen met een zeer laag leesniveau.
Vaak zijn dit extreem spellende en radende
lezers met een zeer trage en onnauwkeurige
grafeemkennis.
Voordeel:
een gedifferentieerde aanpak bij deze groep is mogelijk.
De rangschikking van
de woorden verbetert en versnelt de woordherkenning
aanzienlijk.
-
variatie in
woordmateriaal
Voordeel:
de kinderen leren vlot wisselen tussen verschillende leesstrategieën.
Sommige woorden kunnen direct verklankt worden,
andere woorden moeten op een meer
analytische wijze ontsleuteld worden.
Referenties
en ervaringen (Centrum voor Functionele Revalidatie -
Zelzate)
Case:
een
experimentele versie van De
Codekraker werd gebruikt bij allerlei kinderen
met een
ernstige leesstoornis (leerrendement < 50 %):
- bij leerlingen van het 1ste tot het
6de leerjaar (of in Nederland van groep 3 tot
groep 8)
- bij kinderen met zwakkere cognitieve mogelijkheden
(IQ van 65 tot 85),
met
een normale of zelfs bovengemiddelde intelligentie
- bij kinderen met taalstoornis, aandachtsstoornis
(ADD, ADHD) of
werkgeheugenproblemen.
Tijdens de training met De
Codekraker lazen de kinderen gemiddeld 300 woorden
per
week, in een tijdsbestek dat schommelde tussen
de 20 en de 60 minuten per week
(inclusief effectieve leestijd, begeleiding
en administratie).
Resultaten:
-
de meeste kinderen blijven enthousiast, ook na meer
dan een jaar oefenen
- het leerrendement van bijna iedereen stijgt: het
effect was meetbaar op verschillende
leesproeven (de Een-Minuut-Test, de Klepel,
Wiegersma, AVI en de Sleutel)
- de getrainde groep benadert het ‘normale leerrendement’:
de helft van de kinderen krijgt
een leertempo van minstens 100 %. Deze kinderen
halen zelfs leesachterstand in.
- begrijpend lezen wordt mogelijk: vooral bij zwakker
begaafde kinderen is het verschil
manifest
- de standaardscores stijgen significant. Een belangrijk
deel van de proefgroep
normaliseert zelfs zijn leesprestatie als
de training maar lang genoeg aanhoudt
(standaardscore 7 of hoger in een periode
van 1 tot 2 jaar).
- er is retentie van leesvaardigheid: gemiddeld
genomen is er geen terugval na terugkeer
uit vakantie.
|