|
Werkwijze
Werkwijze:
Leestraining
De
kinderen werden consequent geoefend met de Codekraker
zoals beschreven in de handleiding. Afhankelijk van het
profiel van het kind lag de nadruk op accuratesse, op
snelheid of op beide (MARTENS & GALLE, 2001).
De
frequentie was één tot twee leessessies per week. Een
sessie duurde meestal 15 tot niet veel meer dan 30 minuten.
Een training duurde gemiddeld tien maanden. In die tijd
werden dan gemiddeld tienduizend woordvormen verklankt
(230 woorden per week).
Werkwijze:
toetsen
De
gebruikte toetsen waren:
- Eén-Minuut-Test
(BRUS & VOETEN, 1973)
- Klepel
(VAN DEN BOS et al, 1994)
- Leesvaardigheidstest
voor het onderzoek van de mechanische leesvaardigheid
(WIEGERSMA, 1986) hierna 'Wiegersma' genoemd
- AVI
(VAN DEN BERG & TE LINTELO, 1977)
- Sleutel
(GALLE & MARTENS, 2001)
- Toets
Begrijpend Lezen (BEL) (MOENAERT, 1985)
De
eerste vier toetsen maken een DLE-omzetting mogelijk bij
begin en einde van de behandeling. Op basis van deze waarden
konden leerrendementsquotiënten berekend worden. Hierdoor
werd het mogelijk leerlingen met uiteenlopende didactische
leeftijd en duur van behandeling onderling te vergelijken.
Wat
betreft de voor- en natoets van de BEL werden enkel de
toetsafnames vergeleken die overeenkwamen met de didactische
leeftijd van de leerling. Door deze beperking ontbreken
data bij 17 kinderen. De BEL laat enkel een vergelijking
van percentielen toe.
De
Sleutel kent geen normering per klassengroep. We evalueerden
daarom de vooruitgang na een vaste periode van 3 tot 4
maand.
Terug
naar Beschrijving
Naar Onderzoeksvragen en resultaten
|