|
De Codekraker bestaat uit acht opeenvolgende oefenlagen
met woordmateriaal. Deze oefenlagen sluiten nauw bij elkaar
aan qua leesniveau. De moeilijkheidsgraad is afhankelijk
van verschillende factoren:
- De gebruikte grafeemset.
- De woordstructuur.
- De ordening: woorden met onderlinge overlap
worden gemakkelijker herkend dan woorden zonder overlap.
- Het woordtype: woorden die betekenis hebben worden vlotter
herkend dan pseudowoorden.
- De gehanteerde werkvorm. Die kan variëren tussen
twee uitersten: de 'woord-per-woord-aanpak'
en de zuivere tempo-oefeningen.
De eerste aanpak stelt de laagste eisen aan de leesvaardigheid
omdat er geen enkele tijdsdruk uitgeoefend wordt en het
kind feedback krijgt na (en eventueel tijdens) elk te
lezen woord.
De gemakkelijkste oefenlaag (Laag
0) bestaat uit zinvolle woorden van het type MKM met
een beperkte
grafeemset en een maximale
overlap.
Laag 1 is wat
moeilijker omdat hier een volledige grafeemset gebruikt
wordt.
In Laag 2 hebben
de opeenvolgende woorden een minimale overlap.
Vanaf Laag 3
is er geen
overlap meer tussen twee opeenvolgende woorden
(tenzij toevallig) en worden ook reeksen met pseudowoorden
geïntroduceerd. De woorden hebben nog steeds een
MKM-structuur.
Laag 4 en Laag
5 en Laag 6
zijn reeksen met medeklinkerverbindingen.
Tweelettergrepige structuren worden geoefend in Laag
7.
|